Opvallend aan de zaak is dat de verdachte ongeveer een maand vóór de gebeurtenissen meerdere vragen aan ChatGPT had gesteld over een woningbrand, stoffelijke resten en de vraag of een doodsoorzaak na een brand nog kon worden vastgesteld. Ook vroeg hij naar de mogelijkheid om met een woningbrand weg te komen nadat iemand was gedood.
ChatGPT werd niet veroordeeld
Daarbij is een belangrijk onderscheid nodig.
ChatGPT is niet veroordeeld voor de moord. De verdachte werd door de rechtbank verantwoordelijk gehouden voor de bewezen feiten. Het gebruik van ChatGPT was één van de omstandigheden die de rechtbank meenam bij de beoordeling van de vraag of sprake was van voorbedachte raad.
De rechtbank stelde vast dat de man zijn moeder opzettelijk van het leven had beroofd en dat sprake was van moord. Ook werd bewezen verklaard dat hij brand had gesticht en had geprobeerd zijn zus te doden.
Waarom waren de vragen aan ChatGPT belangrijk?
Volgens de rechtbank waren de vragen aan ChatGPT relevant omdat ze pasten binnen het geheel van omstandigheden rond de voorbereiding van het geweld.
De rechtbank keek daarbij niet alleen naar het AI-gebruik. Ook andere gebeurtenissen en verklaringen van de verdachte werden meegewogen. Zo had hij voorafgaand aan het incident meerdere keren gezegd dat hij zijn moeder en zus wilde doden. Daarnaast waren er verschillende momenten waarop hij volgens de rechtbank nog van zijn plannen had kunnen afzien.
Het AI-gebruik moet daarom niet worden gelezen als: “ChatGPT veroorzaakte de moord.”
De juridische betekenis was veel specifieker: de vragen vormden volgens de rechtbank een onderdeel van het bewijsmateriaal en de omstandigheden waaruit voorbedachte raad kon worden afgeleid.
Geen gevangenisstraf
Hoewel de rechtbank de moord en andere feiten bewezen verklaarde, kreeg de man geen gewone gevangenisstraf.
Uit onderzoek door deskundigen bleek dat hij ten tijde van de feiten volledig ontoerekeningsvatbaar was. Daarom werd hij ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank legde wel tbs met dwangverpleging op, naast een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel.
Nieuwe vraag voor het AI-tijdperk
De zaak laat zien dat gesprekken met AI niet automatisch losstaan van de werkelijkheid waarin iemand ze gebruikt.
Een gesprek met een chatbot kan op zichzelf onschuldig lijken. Maar wanneer het onderdeel blijkt te zijn van een bredere voorbereiding op een ernstig misdrijf, kan de inhoud ervan uiteindelijk een rol krijgen in een strafzaak.
Dat roept ook bredere vragen op. Wat moet een AI doen wanneer iemand vragen stelt die mogelijk verband houden met een ernstig misdrijf? Hoe ver moet een chatbot gaan in het weigeren van informatie? En welke verantwoordelijkheid ligt bij de gebruiker en welke bij de ontwikkelaar van AI?
De Nederlandse rechtbank heeft in deze zaak in ieder geval niet geoordeeld dat ChatGPT de dader was. Wel blijkt uit het vonnis dat het gebruik van een AI-systeem onderdeel kan worden van het bewijsmateriaal dat een rechter bij een strafzaak beoordeelt.
Bron: Rechtbank Den Haag, uitspraak 17 september 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27050.