In winterbenzine zitten meer vluchtige bestanddelen, zoals butaan. Daardoor verdampt de brandstof bij lage temperaturen gemakkelijker, zodat de motor ook bij kou goed start en soepel blijft draaien.
Dampspanning
In de zomer is zo’n vluchtige brandstof juist minder geschikt. Bij hoge temperaturen kan de benzine dan al in de brandstofleidingen verdampen. Bovendien zorgt verdampende benzine voor extra uitstoot. Daarom gelden tussen 1 mei en 30 september strengere eisen voor de dampspanning van benzine.
Iets minder ver op een tank
Winterbenzine is iets minder energiedicht dan zomerbenzine. Het verschil is klein, maar in theorie kom je daardoor iets minder ver op een tank. Volgens Shell scheelt het ongeveer honderd meter per liter. Met een tank van 50 liter komt dat neer op circa 5 kilometer.
In de praktijk zul je daar weinig tot niets van merken. Andere factoren, zoals de buitentemperatuur, je snelheid en de bandenspanning, hebben veel meer invloed op het verbruik. Ook in je portemonnee is het verschil daardoor verwaarloosbaar. De overgang naar winterbenzine zorgt bovendien niet automatisch voor een lagere of hogere literprijs.
Let op met klassiekers
Moderne auto’s kunnen zonder problemen overweg met de verschillende brandstofmengsels. Bij sommige oldtimers en klassiekers ligt dat anders. Op een onverwacht warme dag kan de vluchtigere winterbenzine dampbellen in het brandstofsysteem veroorzaken. De motor kan daardoor gaan stotteren, afslaan of na een rit moeilijk opnieuw starten. Dit verschijnsel heet ’vapour lock’ en komt vooral voor bij oudere brandstofsystemen met een carburateur en een lage brandstofdruk.
Wie een klassieker voor langere tijd in de stalling zet, hoeft overigens niet per se op 30 september nog snel zomerbenzine te tanken. De overgang verloopt geleidelijk, waardoor je aan de pomp niet precies weet welk mengsel je krijgt. Bij langdurige stalling van oudere modellen is sowieso E5 aan te raden.